Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
meer soorten vertegenwoordigd worden! Melk en Avijn,
meel en groenten, vruchten en suiker, olie en genees-
middelen, touwwerk en bindrotting, papier en pennen,
bouwstoffen voor woningen en allerlei huisraad, — dit
alles en nog meer leveren alleen de palmen op.
Nijverheid. Het weven en verven van katoenen
stoffen, de bewerking van ijzer, koper en edele metalen
tot allerlei wapens en versierselen (i Dgeleed metaalwerk!), als-
mede de scheepsbouw, zijn de hoofdtakken der inland-
sche nijverheid. Ook houtbewerking, lederbereiding,
mattenvlechten en pottenbakkerij mogen niet onvermeld
blijven. Behalve op Java, zetelt de inlandsche nijver-
heid meest te Palémbang, op Bali en te Makassar.
Van de Europeesche industrie zijn vooral de vele
suikerfabrieken, benevens de gouvernements en particuliere
metaalfabrieken te Soerabaja, als zeer belangrijk te noemen.
De"zoutbereiding is een monopolie der regeering.
Soerakarta, Pekalóngan en Samarang zijn beroemd
wegens hunne gebloemde kleedjes en doeken {kain-iatik — beschil-
derd doek); Samarang en Soerabaja heeten om hunne vele
nijvere handwerkslieden wel eens „de steden der ambachten."
De Chineezen munten voornamelijk als schrijnwerkers uit. De scheeps-
bouw bloeit vooral te Palémbang: de zoogenaamde vlerk prauwen
(prauwen met uitleggers) zijn eene eigenaardige, vernuftige vinding
der Maleiers.
§ 6. Eet CuUuurüehel. Volgens de adat (— aloud gebruik) is de
vorst op Java eigenaar van den grond. Voor 't gebruik van den grond
komt hem '/g van de opbrengst toe als pacht. Toen de O.I. Comp. in
de plaats der vorsten trad, legde zij meestal aan de inlanders de
verplichting op, eene zekere hoeveelheid goederen aan haar te
leveren (contingenten!) en af te ótaan tegen een' lagen prijs. Handel-
drijven met anderen was verboden. Dat noemde men het mono-
poUe-systeem {— alleenhandelstelsel!). Java kwam in de macht der