Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
en bergvlakten, waarop door verweering der gesteenten
eene soms wel 6 M. dikke laag teelaarde is ontstaan,
bezitten eene buitengewone vruchtbaarheid en eenen
voorbeeldeloos weelderigen plantengroei. Groote rivieren
zijn alleen op Bórneo (de Baritoe, Kapoeas en Koetei),
op Sumatra (de Moesie of Palénibang, Djambi, Indra-
giri, Kampar en Siak) en op Java (de Solo en de Kediri).
Vooral op Bórneo en Sumatra zijn deze rivieren de
eenige wegen, waarlangs het mogelijk is in de binnen-
landen door te dringen.
't Is dau ook zeer opmerkenswaardig, dat de Maleiers, die
steeds uit zee dé rivieren opvoeren, de onderscheidingen van
linker- en rechteroever juist andersom toepassen dan wij gewoon
zijn. Ontelbaar is overigens, zoowel op de groote als op de kleine
eilanden, het aantal kustrivieren, die in den regentijd met woeste
onstuimigheid en onwederstaanbaar geweld het overvloedige water
van de bergen doen nederbruisen {bandjirs = overstroomingen),
doch wier beddingen in het droge seizoen zich als diepe, water-
looze barsten en scheuren in de bergen vertoonen.
§ 3. Klimaat. Men kent in de O.-I. Archipel maar
twee jaargetijden; den goeden (drogen) en den kwaden
(natten) moeson; in den eersten waaien meestal oosten-,
in den laatsten doorgaans westenwinden. De tijd van
overgang tusschen beide heet de kentering (= omkcering)
en is gekenmerkt door veranderlijke winden en zware
onweders. Vreeselijke orkanen {taifoens = groote winden)
heerschen dan in de Chineesche Zee. De nabijheid der
zee en de dagelijksche afwisseling van land- en zeewin-
den matigen de hitte, die niet zoo groot is als in
andere landen onder de linie.
Over 't algemeen heerscht ten Z. der linie de oost- (droge-)
moeson van April tot October, en de west- (natte) moesou van
November tot Maart. Ten N. der linie juist andersom.