Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
§ 2. Schets van het land. Eene aaneengeschakelde
reeks van hooglanden doorloopt dit werelddeel. Van
het W. naar het O. nemen deze hooglanden ia breedte
toe. Ten N. van het hoogland ligt het grootste laag-
land der aarde. Evenzoo staan de- zuidelijke randge-
bergten van het hoogland op laagvlakten, die door
zuidwaarts uitstralende gebergten worden doorsneden.
In het midden is het hoogland het smalst, als 't ware
eene hooglands eng te, gevormd door den Hindoe-
Koh (= Indisch geb ). Op dezc wijzc is het Aziatische hoog-
land in twee zeer ongelijke deelen te onderscheiden:
1. Het hoogland van Achter-Azië en 2. het hoogland
van Voor-Azië. Het hoogland van Achter-Azië heeft tot
noordelijken rand den Altaï en het Daoerische Alpenland;
de oostelijke rand wordt gevormd door de trapsgewijze
afdalende berglanden van Mantsjoerije en China; de
Ilimal-aya vormt den hemelhoogen zuidrand; de Alpen
van Toeran (Turkestan) vormen den westrand. Het veel
kleinere hoogland van Voor-Azië is te onderscheiden in:
het hoogland van Iran, ten NW. daarvan het bergland
van Armenië (Ararat!) en het hoogland van Klein-Azië,
't welk dit geheele schiereiland inneemt en met steile
kusten in de Midddellandsche Zee valt.
Als vooruitgeschoven bergketens en hooglanden zijn
aan te merken in het N.: de gebergten ten W. en N.
van den Baikal (= hot rijke meer) en van het schiereiland
Kamtsjatka, voortzettingen van het Daoerische Alpen-
land ; in het Z. het bergland van Achter-Indië; de drie-
hoekige hoogvlakte van Dékan, welke bijna het geheele
schiereiland van Voor-Indië beslaat, en het Arabische
hoogland. Vg deelen der oppervlakte van Azië zijn
hoogland, % deel is laagland.
De rivieren, welke vau de Aziatische hoogvlakten