Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
punt ten Z. der Alpen zijn de omstreken van het Lago-maggiore
{madzjóré), 204 M. boven het zeevlak; ten N. der Alpen ligt het
Eijndal, van het Bodenmeer tot Bazel, 250 M. boven den zeeepiegel.
Vele Zwitsersche vlekken en groote dorpen liggen 1300 M. hoog,
kleine dorpen zelfs tot 2000 M. Hooger doorgaans enkel zoraer-
woning( n {sennfiiilten).
Het beroemde klooster op den Sf.-Beraha^d, in Europa het hoogste punt
dat hft geheeie jaar door bewoocd wordt, ligt 2435 M. hoog; het gasthuis
{hospitiïim) op den St. Gotthard, in welks nabijheid thans ook een hôtel is
gebouwd, 20(52 M. De schoonheid van Zwitserland wordt zeer verhoogd door
de bergmeren (te zamen 62 □ mijlen groot), rivieren, stuifbeken en andere
wateren, dis de heerlijkste watervallen vormen, alsmede door de talrijke
gleUchers, die omstreeks 43 Q mijlen beslaan. Dit land is daarom het doelwit
vau ontelbare reizigers, dio komen van heinde en verre, om de wonderen en.
bekoorlijkheden zijner natuur te aanschouwen.
§ 3. Klimaat. De veelvuldige afwisseling van diepe
dalen met liooge bergketens veroorzaakt een zeer onge-
lijk klimaat. In het Rhônedal bijv. begint de lente
reeds in Februari; de hooge dalen van llijn en Inn
daarentegen zijn nog in Mei met eene dikke sneeuw-
laag bedekt, terwijl het 8t. Bernhards-klooster het kli-
maat van de zuidpunt van Spitsbergen (75"^ N. Br.) heeft.
Gelijk in de meeste bergachtige landen, is ook in Zwitserland het weder
zeer veranderlijk. De hoogte en de vorm der wolken, waarin de ber§,loppen
gehuld zijn, is voor de bewoners van den omtrek dikwijls een zeker teeken
van de te wachten weersgesteldheid Zoo heet het bijv, van den Pilatusberg:
„Dj-aagt Pilatus een hoed y Dan blijft het weder goed; Is Klatus gekraagdt
Dan icordi liet gewaagd; Draagt Tilatvs een degen (d. i. vertoont hij schuins
afhangende wolken). Dan komt er vast regen,""
Boven 2500 M. hoogte blijft de sneeuw gewoonlijk 't geheeie
jaar liggen. De gestadig toe- en afnemende gletschers reiken veel
lager. Van den Moniblanc tot de grenzen van Tirol liggen er
meer dan 600, enkele minder dan 1 uur, zeer vele echter 6 tot
7 uren Isng, y^ tot % uur breed en 30 tot 200 M. dik. Boven
vormen zij eene bijkans overal samenhangende ijszee of ijswoestijn.
§ 4, Volkskarakter. De Zwitsers zijn meest van Duitschen
stam; aan de berghellingen naar de zijde van Frankrijk wonen
Franschen, naar die van Italië Italianen. Sterk en vaardig,