Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
De ondeugd haat hij, maar heeft hij de deugd lief? 6. Het
schaap is een nuttig dier; het geeft ons wol, van welke wij
kleederen maken, die wij in (den) winter dragen (ook in het
Mv. te zetten). 7. Armen en rijken, grooten en kleinen, geluk-
kigen en ongelukkigen treurden om den dood van dezen man;
hoe wreed is de dood, die zulk een nuttig mensch wegneemt
uit zijn werk en uit zijne familie. 8. De Engelschen en de
Franschen, de Hollanders en de Zwitsers hebben allen bewezen,
voor de vrijheid te willen sterven, en de slavernij niet te dulden.
belangwekkend iwferesriwgf; waarheid irui/i; liegen (subst.) ^yirtff; haten
to hate; daarom therefore; spelen to play; lijfwacht life-guards; opwek-
kend stirring; melodie melody ; vaderlandsch national; lied hymn, anthem;
mooi nice{ly); gekweel warbling; weerklinken to resound; kamer room;
vorst prince; beschermer paÄrore (vr.: —ess); wetenschap science; noo-
digen to invite; geleerd learned; hof court; nageslacht posterity; dank-
baar jraie/itZ; gedaan done; evn^tig earnest; znaW thing; njtuig carriage;
rijden to ride; te paard on horseback; nuttiguseful; wol wool; kleederen
clothes; dragen to wear; klein small; treuren om to mourn for; wreed
cruel, wegnemen uit to take away from; Zwitser Swiss; bewijzen to
prove; vrijheid liberty; dulden to suffer; slavernij slavery.
17.
(Lidw. § 2. B; Subst. § 3. A.).
1. Wiliems oom verdient vier gulden per dag, en Kareis
vader ontvangt twaalf gulden per week. 2. De boeken van
dezen jongen kosten drie shilling per deel, en photographi&ën
van mijn neef hebben vijf gulden het dozijn gekost. 3. Kunt
gij aftrekken, optellen, vermenigvuldigen en deelen ? Zeg mij
dan: als deze koffie veertien stuiver het pond kost, hoeveel
zullen (dan) vijf pond kosten? Ik heb, om dat te berekenen,
niet veel rekenkunde noodig; vijf shilling tien stuiver natuurlijk.
4. De dochter van Herodias eischte het hoofd van Johannes