Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
het gas aangestoken, Willem? Neen, (dat) heb ik niet(= ik
heb niet). 8. Mijn vriend voedde zijne kippen met brood en
aardappelen. 9 Dit is de negende maal, dat ik u gebied het
te doen, en gij verzekert mij, dat gij het niet gehoord hebt.
10. Wat zegt gij? Gij hebt de zwakke werkwoorden dezen
morgen wèl geleerd. Of droomt gij?
oceaan ocean; geluk happiness; vergeefs in vain; zetten to place;
verrassen to surprise; langs past; kvi'am came; schijnen to seem; neef
nephew'^); zingen to sing; van verre fromafa.r; vroolijkmarry,■ Willem
William; brood bread (ea = e); gebieden to order; of or.
15. (Herhaling).
1. Den achtsten van deze maand bracht hij ons de boeken,
en den twaalfden dacht hij, dat wij ze gelezen hadden.
2. Tachtig duizend soldaten en vijftien duizend paarden vlucht-
ten van het slagveld; de nederlaag was volkomen; niemand
dacht aan de bevrijding van het vaderland. Maar de jonge
prins, die zijne troepen dikwijls ter overwinning geleid had,
wanhoopte niet. Hij kwam spoedig met een nieuw leger, dat
uit de beste patriotien bestond, die ooit voor hun land gebloed
hebben; na een hardnekkige worsteling werden de vijanden
geheel verslagen, en na eenige weken hadden zij het land
verlaten. Jonge en oude mannen, vrouwen en kinderen
weenden, toen de held zijn intocht deed (= maakte) in de
straten der hoofdstad; hunne hurrahs verscheurden de lucht,
en allen zonden gebeden ten hemel voor den man, die den
roem van zijn land gezocht had in alles wat hij had gewrocht.
3. Leid mij ten doode, leid mij ten leven, uw wil zal ik
volgen. Heer, waar gij mij zegt te gaan. 4. Wij hebben onze
1) Neef en nicht = nephew, niece (Yw neveu, nièce), ofcoMsiw(beide
geslachten ; Fr. cousin en cousine).