Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
VI
handelmy twee ontegenzeggelijk groote voordeelen: 1. Het klank-
stelsel is daardoor veel gemakkelijker te overzien; 2. De leerling,
leert zich losmaken van den vorm, om alléén op den klank te
letten, xmt hij eene taal, die tusschen spelling en uitspraak
zulke hemelshreede verschillen heeft aan te bieden, vooral weii-
schelijk mag heeten.
Het spreekt loel vanzelf, dat ik de algemeene regek heb ge-
scheiden gehouden van de uitzonderingen; de eerste moeten eerst
ingeprent, de laatste daarna behandeld worden; bij de uitzonde-
ringen moet de praktijk het boekje vooral steunen, vandaar dat
dit gedeelte van het werkje anders gedrukt is; het klein gedrukte
blijve dus voor het tiveede jaar bestemd, omdat dan de lectuur
krachtige hulp kan geven.
In den regel heb ik geene leesoefeningen gegeven hij de wenken
omtrent de medeklinkers, die hier en daar tusschen de klinkers
verdeeld zijn. Men zal hegrijpen waarom. Men kan desnoods
eene oefening maken, waarin slechts A-klanken voorkomen, maar
dit gaat voor de medeklinkers niet. Daarbij — de klinkers bieden
verreweg de grootste moeilijkheid. Alléén met betrekking tot r,
w en th heb ik eene uitzondering gemaakt. Men zal het best
doen, nu en dan met de leerlingen, ook reeds in het begin,
maar vooral als het eerste jaar achter den rug is, de paragrafen
over de medeklinkers op te slaan, zoodra in de lectuur zich de
gelegenhtid daartoe aanbiedt; §§ 11, 24, 34 en 35 leenen er zich
ook meer toe, om telkens weer opgeslagen, dan om van buiten
geleerd te worden. Het zijn nuttige opmerkingen, meer niet, voor
reeds eenigszins gevorderde leerlingen.
In hoeverre ik in het uitwerken van mijn denkbeeld geslaagd
ben, hebben mijne collega''s alléén te beslissen; dit mag ik wel
zeggen, dat ik mij heb beijverd, om zoo nauwkeurig mogelijk
den tegenwoordigen stand van zaken bloot te leggen. Dat ik in