Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
als de vader in (de) stad geweest was. 12. Ik ben hier, ^ij
zijt daar; hij is in (de) stad, en zij zijn in het huis. 13. Wij
zijn geweest, waar hij niet was, en wij waren in de kerk,
toen zij in het huis waren. 14. Wees tevreden. 15. Heb ge-
duld. 16. Dat hij geduld hebbe en gelukkig zij.
pennen pens; en and; hoeken hooks; gehikkig happy; ontvangen to
recexve; geld money; waar where; tuin garden; geduld patience; tijd
time; groote veldheeren great generals; eerste former; Franschman
Frenchman; laatste latter; Engelsch— English—; vrienden friends;
wat what; tevreden content; als if; vader father; stad town; hier/jere;
daar there; huis house; kei k church.
2.
(Werkw.: § 3. A; Voornaamw.: § 2).
1. Hij bemint zijne broeders en zusters, en gij bemint uwe
ouders. 2. Gij werktet dag en nacht, en bemindet (den) arbeid.
3. Onze vrienden leerden de lessen, en uwe kameraden rookten
pijpen en sigaren. 4. Ik heb zijn broer behandeld, zooals hij
mij behandeld heeft. 5. Het imperfect wordt gevormd in (het)
Engelsch door ed. 6. Hij heeft uw vader geacht, en zij hebben
hunne vrienden bemind. 7. Deze boeken zijn de mijne en niet
de uwe. 8. Waar zijn hunne zusters en de onzen? 9. Uw geld
en het hare is in de kist. 10. Ziende, dat ik geen tijd had,
bleef hij (omzetten) slechts een oogenblik. 11. Vindende, dat
het werk goed was, bestelde hij (omz.:) het boek. 12. Gij
zult zien, dat ik mijne lessen geleerd heb. 13. Leer uwe les,
en zeg de meid, dat ik ben heengegaan. 14. Wilt gij zien,
wat ik heb in deze kist? 15. Kom hier, luister naar uw
vader, en ga naar den smid.
beminnen to love; broeders brothers (o = v); zusters sisters; ouders
parents; dag da»/; nacht arbeid labour; lessen Wessons; kameraad
comrade; rooken to smoke; pijpen p/pes; sigaren c/^rar-s; behandelen to treat;