Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
§ 15. DE ks, gz, ts en dz.
1. Als ks klinkt:
a. De cc, behalve aan het begin der woorden (zie § 6, '2, g): box,
luxury.
b. De X tusschen twee klinkers met den klem vóór den tweeden
vocaal: exercise.
2. Als gz klinkt:
De X tusschen twee klinkers, of tusschen klinker en /t, met den klem
op den tweeden vocaal: to exddt (zie § 24), exd^mple, exhdiWst, exhxbit.
3. Als ts klinkt:
a. De ch in alle oorspronkelijk Germaansche woorden, of wel in geheel
verengelscbte vreemdelingen: church, child. Charles, arch. (Zie §2l,l.d.).
b. De ch in arch (behalve in archangel, archetype, en in archi,
b.v. architect, archives, etc., waar ch — k is).
c. De c in Italiaansche woor-den voor eofi: violoncello (= vaiaVntselou).
d. De ch in Rachel en Cherub.
e. De ti tusschen klem en klinker na s: question (ook: kivestfn).
f. De t in de uitgangen teous, tue^ tune, ture^ tual: bounteous, for-
tune, judicature, mutual. Hier blijft de s soms weg, en hoort men
slechts tj. Men hoede zich voor overdrijving.
4. Als dz klinkt:
a. De g en gg vóór alle vokalen, behalve a, o, u, in Romaansche en
klassieke woorden: Gin, gyves, gibe, exdiggerate (= agzdidzareit).
b. De g in de uitgangen ge of dge van alle woorden, dus: targe
(met dz, ofschoon Gerinaansch), even goed als lodge (Romaansch). Maar
target (hetzelfde als targe) met harde g, omdat het Germaansch is, en
niet op ge, maar op get uitgaat. Zie § 19 en § 21 , 2. c.
c. De g in gaol en gaoler (gewoonlijk jail en jailer gespeld. Zie § 5).
d. De j in alle woorden, behalve in Hallelujah, waar j = y is.
e. De d na beklemde lettergrepen vóór ier, eur en u: soldier, grand-
eur, undulate. Echter wordt hier gewoonlijk grandjd ^ vndiuleit, etc.
gesproken; alleen soldier steeds souldzo. Zie 3. f.
^ IG. DE OU -KLANK.
Dezen klank hebben:
1. De O voor Id^ II, It, st en th in éénlettergrepige woorden.
2. De O in het voorvoegsel co.
3. De oa.
4. De OU vóór ld en It