Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
Jis, greedy as a miser; he never (ne
he lost a threepence, he togk on
fortune. It will not be feasible to
Jj(n)ilt on the rock.
§9. DE th en
1. De th (zonder stemtoon) komt voor:
a. Aan het begin van alle woorden, behalve de voornaam-
woorden en de daarvan afgeleide (zie 2. a).
b. Aan het einde van alle woorden (behalve de in 2. b.
en c. genoemde).
c. Tusschen klinkers in klassieke woorden: Author, authen-
tic, catholic (ook in Gothic en pithy, ofschoon zuiver Ger-
maansch).
2. De dh (dus de th met stemtoon) komt voor:
a. Aan het begin van alle pronominale woorden: the, then,
there, that, whether, hither, thither, thence, etc.
h. In booth, smooth en with (zie 1. b).
c. In werkwoorden met th of the als slotletters: smoothe,
soothe. Maar to bequeath gewoonlijk met th.
d. Tusschen klinkers in woorden van Germaanschen oor-
sprong: father, mother, brother. Uitgezonderd: Gothic, pithy.
e. In farthing, worthy, brethren, farther, farthest, southern
(= siodhdn), northern, waar th niet tusschen vokalen staat.
ƒ. Gewoonlijk na langen klinker vóór de zachte buigings-s.-
paths, baths. (De spreektaal laat hier dikwijls th vallen).
TWAALFDE LEESOEFENIXG.
The thief, after satisfying himself that all the persons in the house were
(= tüö) sleeping, went upstairs where he heard (ea = j)) the breathing of
the two (= tü) children, a little girl and her brother, who had a room
next to their father and mother's. Beneath the surface of the lake lay
TEN nnuGGENCATE, Etirj. uitspr. 4e diuk. 2