Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
denken aan hen, die, vroeger onze vrienden en medereizigers
naar het graf, thans rusten in de koude aarde. In mijne een-
zaamheid dacht ik aan den besten vriend, dien ik ooit had
gehad, maar die, helaas! door den dood, die even onver-
biddelijk is als het noodlot, te vroeg was weggenomen van
mijne zijde. Ik hoorde nog eens zijne vriendelijke stem, en
zijne woorden vol liefde; ik zag hem nog eens in die trouwe
oogen, die gewoonlijk sprakpn van kalme berusting; ik voelde
nog eens dien warmen (hand)druk, toen ik hem mijn hoogste
geluk (op) een (zekeren) dag had medegedeeld. Waarlijk, het
zijn heerlijke oogenblikken, omdat zij ons berusting leeren in
de dagen der smart, maar ook den geest verheffen boven de
kleine wereldsche zorgen. Dit ondervond ik op dien stillen
avond, en toen de maan door de bladeren der boomen begon
te gluren, en mijn venster bescheen, zat ik nog in gedachten
verzonken.
houding posture; besluipen to steal upon; onwillekeurig involuntarily;
onverbiddelijk inexorable; nog eens once more; berusting resignation
ilruk shake; heerlijk glorious; gluren to peep.
67.
Den volgenden morgen waren wij allen vroeg opgestaan, en
nadat wij ons gekleed, en (ons) ontbijt gebruikt hadden, gingen
wij met ons vieren naar het station, om met den trein van
kwart over zeven naar Rotterdam te vertrekken, opdat wij op
tijd zouden zijn voor de boot, die om tien uur naar Londen
vertrekt. Maar hoe verbaasd was ik, toen ik onder de groote
menigte reizigers, die op hunne verschillende reizen naar alle
deelen der wereld uit waren, onze neven opmerkte, die ik in
langen tijd, misschien gedurende meer dan drie jaren, niet
gezien had. Mijne Heeren, zeide ik tot mijne reisgenooten,
mag ik de eer hebben, [van] u mijne neven voor te stellen.