Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
62. (Als 61).
1. Toen ik op zekeren dag langs de rivier wandelde,
liet ik mij door den veerman naar den anderen oever roeien,
waar de natuur veel mooier scheen te zijn. Maar — ik wou,
dat ik dit niet gedaan had; verbeeld (u) eens, de zon scheen
met al hare kracht, en er was nauwelijks een boom of struik,
die eenige schaduw gaf, zoodat ik weldra die plaats verliet,
omdat ik mij niet wou laten verbranden door de heete zonne-
stralen. 2. Wij zagen den klerk eiken morgen en avond ons
huis voorbijkomen; hij was altijd schabbig gekleed, tot hij (op)
een dag verscheen met eene spiksplinternieuwe jas, die hij
zonder twijfel door een der beste kleermakers der stad had laten
maken. Die man moet geld gekregen hebben, dachten wij;
zeker heeft de een of andere (= eenig) goede vriend hem een
sommetje nagelaten. Maar wij vergisten ons. De eerste klerk,
die eene eenige dochter had, had tegen hem gezegd: Mijne
vrouw en ik wenschen, dat gij morgen bij ons komt eten, en
hij, die de dochter lang bemind had, was zoo onuitsprekelijk
gelukkig, dat hij (het) niet kon laten, zich een nieuw pak
aan te schaffen. Nu [dat] wij hem beter hebben leeren kennen,
weten wij, dat hij een man is, die zich niet laat versukkelen,
en die ongetwijfeld zijn weg in de wereld zal vinden.
veerman ferry-man; eens just; struik bush; schabbig shabbily; met
in; spiksplinternieuw bran-new; zich aanschallen to procüre; pak suit.
63.
(Werkw. § 5. 6, 7 en 8).
1. Den armen bedelaar, die in den hond zijn eenigen trou-
wen vriend en trooster had, werd door de politie verwittigd.