Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
ik hoor gaarne een zingenden vogel in Gods schoone schep-
ping, maar zulk een arm gevangen beestje maakt altijd een
treurigen indruk. 6. Het luiden der klok werd niet gehoord.
7. Het luiden van de klokken (passief) was altijd ons grootste
genot, toen wij nog kinderen waren.
plukken to gather; dwaas foolish; bij in; ter/.eMAer at the same; vervat
contdAned; drijven to propel; in den laatsten tijd of late years; zich
begeven to repMr; salon drawing-room; zetten to make; bakken to fry.
60.
(Werkw. § 5. 3 en 4).
1. Mijnheer, ik verzoek u boven te komen; gij deedt beter
uw stok beneden te laten, en uw hoed aan den kapstok te
hangen. Het hondje, dat gij hoort blaffen, zal u geen kwaad
doen; als u wil, zal ik het dier naar de andere kamer doen
gaan, maar ik verzeker u, dat het zal gaan liggen, zoodra u
boven is. 2. Ik voelde mijn bloed naar mijn hoofd vliegen,
toen ik hem deze lage handeling zag doen; als ik hem laat
voortgaan, dacht ik bij mijzelf, zal er een groot ongeluk ge-
beuren , en ik zou evenlief mijn leven wagen, als mijn vriend
zien verraden. Daarom greep ik den vent bij den kraag, en in
minder dan geen tijd vond hij zich hulpeloos en machteloos op
den vloer liggen (ook passief maken). 3. Wij voelden als het
ware het gevaar naderen; (de) een ging de pistoten halen, en
toen de man ons voorbereid vóór zich zag komen, stond hij ons
verbaasd aan te staren. Als men hem daar zag staan, deed hij
een mensch denken aan een melodramatischen held; het was
ons onmogelijk, hem zonder lachen aan te kijken. 4. Beste
vriend, ik kan niet nalaten u te zeggen, dat gij niet moet
voortgaan, dezen man te beschuldigen; houd toch op van dingen
te praten, die gij niet kent; laat (dat) oordeelen over zaken,