Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
dezelfde klasse te zitten; daarom moet hij deels door vrien-
delijke woorden, deels door aanmoediging in het goede spoor
worden gehouden.
onpleizierig unplBasant; vanwege on account of; mist fog; levendig
vividly; van vóór den zondvloed (attrib.) antediluvian; uitweg outlet;
diligence stage-coach; morren over to grumble at; in eene andereklasse
overgaan; to get one's remove; spoor track.
58.
(Voegw. en Tusschenwerpsels).
1. Naarmate gij uw best doet, naar die mate zult gij be-
loond worden, want zooals het werk is, zoo is de belooning.
з. Frankrijk is zoo rijk aan (= in) hulpbronnen, en zijne
burgers beminnen hun vaderland zóó, dat het, tot [de] ver-
bazing van allen, weldra verrees uit de vernedering, die het
in 1870 door zijne eigen onwijze staatslieden en de Duitsche
wapenen had ondergaan. 3. Zult gij mij gelooven, dat ik even
lief niet zou werken als werken zonder eenige hoop, zonder
eenig geloof in den invloed van mijn arbeid? O, ik verzeker
и, dat zoowel de lust om te werken, als de kracht om te
•volharden in den strijd des levens uit die hoop en dat geloof
geboren worden, en daarom is niet alléén de eerste, maar
ook het laatste noodig voor den mensch. 4. Hoerah, jongens,
wij hebben van middag geen school! Nauwelijk hadden de
leerlingen dezen kreet gehoord, of zij snelden blijde de school
uit. 5. Hetzij gij per spoor of met de boot gaat, het is mij
onverschillig; want öf gij betaalt meergeld, maar komt eerder
aan, öf gij betaalt minder geld, maar zijt langer onder (= op
den) weg. Dus, noch het een noch het ander is van veel
belang. 6. O ellendige Satan in de gedaante van een vriend,
weg met u! 7. Pas op, dat gij niet te veel zegt, want dit
vergeeft hij u niet, tenzij gij de woorden herroept. j8. Was