Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
wandeling in de zomerhitte. 6. De burgemeester zeide: Wij
hebben niet kunnen schieten, Uwe Majesteit, om zeventien
zéér geldige redenen: Ten eerste hadden wij geene kanonnen,
ten tweede .... Hier viel de koning hem in de rede, en
zeide: ik ben met de eerste reden tevreden; vermeld dus de
andere niet. 7. Zoek op: Blz. 5, Hoofdst. 3, regel 12. 8. Als
je 't nog weer doet, zal ik je straffen; eens en voor al, ik
wil niet hebben, dat je den armen, zwakken jongen plaagt.
ja naij; tweelingen tivins; tielvpot leapol; l epareeren to mend; aan-
loopen to call at; nit o/f; om for; geldig valuable; kanon fiiin; in de
rede vallen to intei i Upt; plagen to tease.
55.
(Bijw. § 1).
1. Daar gij altijd als een fatsoenlijk man jegens mij gehan-
deld, en mij eerlijk verteld hebt, hoe (de) zaken stonden (=
waren), is het [voor] mij onmogelijk, uwe financieele ver-
liezen zoo koeltjes op te vatten (= nemen), als sommigen
uwer zoogenaamde vrienden doen, die de gebeurtenissen een-
voudig beschouwen, alsof zij de natuurlijkste dingen der
wereld waren. 2. Gij hebt u knap verdedigd; dagelijks, ja
elk uur heb ik (in) deze dagen allerlei dingen van u hooren
(part. perf.) vertellen (part. perf.), maar ik ben zeker, dat
uwe vijanden zich deerlijk vergist hebben. Gij hebt schitterend
bewezen, dat gij oprecht hebt gehandeld, en nu kunt gij
gerust de toekomst afwachten. 3. Kom hier, mijn jongen,
en vertel mij gauw, waar gij vandaan komt, en waarheen
gij gaat. Maar, waarom kijkt gij zoo vreemd? Niets is een-
voudiger; mijn oom had mij te dineeren gevraagd, en wij
zaten juist aan tafel, toen ik de boodschap ontving, thuis
te komen. Vandaar, (dat) ik ongerust ben; ik vrees, dat (er)