Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
geen tijd, met hen uit te gaan, en daarom stelde (= plaatste)
ik mij te hunner beschikking. 6. Jongen, wat bloedt gij (==
hoe gij bloedt), ten minste naar uw zakdoek (te) oordeelen
(vorm op ing). Ja, [mijne] tante, ik heb mij met een scherp
mes in den vinger gesneden. 7. Arthur werd getroffen door
den helm (heen), zoodat hij eene diepe wond in het hoofd
kreeg, die zijn dood veroorzaakte. 8. Hij werd gedoopt met
den naam [van] Karei.
meisje maiden; onderzoeken to look into; tegenstrijdiglieid inconsis-
tency; belang interest; bekwaam clever, safe; met alle macht with
might and main; te . . . beschikking at. . . disposal; oordeelen naar
to judge from; met hy.
52.
(Voornw. § 3).
1. Gisteren las ik in een der ochtendbladen, dat het schip,
hetwelk naar Indië bestemd was, en dat onder zijne vele pas-
sagiers ook mijn oudsten broer telde, in de Roode Zee gezonken
was. Gij begrijpt, dat ik eerst vreeselijk schrikte, maar toen ik
verder las, zag ik tot mijne groote vreugde, dat alle passagiers,
die door een andere boot gered waren, naar het hospitaal ge-
bracht zijn, en dat zij zich zéér wel bevinden. 2. Het leven,
dat kort is, heeft toch een grooten rijkdom van wisselvallig-
heden, die de beste school zijn voor den mensch. 3. Het prach-
tige werk, dat wij hem op zijn verjaardag hadden gegeven,
lag verwaarloosd in een hoek, en de man, die eens de trots
van zijne vaderstad was, was slechts de schim van hem, dien
wij in vroeger dagen zoo [veel] bewonderd hadden. 4. Deze
vraag, waarop niet geantwoord werd, was zoo ongepast, dat
ik zelfs nu niet begrijp, hoe een verstandig man haar kon
doen. Wie, die haar gehoord heeft, is (het) niet met mij eens.^