Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
44.
(Werkw. § 4, I, II).
1. De vijanden werden, (om) zoo te zeggen, weggemaaid
door de kogels uit de pas uitgevonden achterladers; zij werden
totaal verslagen, en meer dan drieduizend soldaten werden ge-
dood , waaronder vele officieren. Na eenige maanden smeekten
zij om den vrede; hunne macht was geheel gebroken. Echter
heeft deze overwinning den overwinnaar en zijn volk veel geld
gekost, want de overwonnen natie, die steeds aan wraakneming
denkt, tracht het leger in den besten toestand te brengen,
waardoor ook wij onze uitgaven op eene verbazende wijze
hebben vermeerderd. 2. Een ezel, met hout beladen, wekte
mij door zijn gebalk, dat hoe langer hoe luider werd, zoodat
de geheele buurt ontwaakte. 3. Pope zegt van den mensch,
dat hij slechts geboren is om te sterven, en slechts redeneert
om te dwalen. 4. Een grijsaard, die al de wisselvalligheden
des levens gedragen heeft, en toch met opgericht hoofd (omz.)
den dood in het aangezicht kan zien, maakt den indruk van
een schoon landschap, dat door de avondzon beschenen wordt;
stormen mogen er over gewaaid hebben, maar de heilige stilte
van den avond wekt in den aanschouwer ontzag en vrede.
5. Macbeth, de held van een van Shakspeare's schoonste
treurspelen, daagt het lot uit, en braveert den dood. 6. Wij
durfden niet uit [te] gaan; de lucht was bedekt met wolken,
en de wind werd steeds heviger. 7. Uwe jas is versleten,
ofschoon gij ze nog niet volle zeven maanden gedragen hebt.
pas newly, achterlader breech-loader; sraeekeii om to sue for; uitgaven
expenses; op .... wijze in.... manner; gebalk braying: wisselvalligheid
vicUsitude; opgericht erect; beschijnen to shine upOn: ontzag aive.