Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
bewonderd worden, dat hij zal kunnen zeggen: Zoo zult gij
doen; zoo zullen mijne ministers besturen; door zulke middelen
z^l mijne macht verhoogd worden.
doen to ask; af finished; op in; zie eens naar look at; stand
position; sport rimg; verhoogen to eiiha.nce, to incre&se.
41. (Werkw. p. 35. d. en e.).
1. Als ik even rijk ware als die notaris, dan wou ik niet in
zulk een ellendig huis wonen; ik zou een nieuw huis bouwen
in eene der mooiste wijken, maar ik vrees, dat de vrek zijne
gewoonten niet zal veranderen, omdat gij of ik anders zouden
handelen, dan hij steeds placht te doen. 2. Toen wij bij mijn
oom op het land logeerden, plachten wij op schoone zomerdagen
om vijf uur of soms zelfs vroeger op te staan, en wij klommen
gewoonlijk op den naastbijzijnden heuvel, om de zon te zien
opgaan, die soms in ongekende pracht aan den hemel ver-
scheen. 3. De hond liep toch altijd weg , wanneer wij met hem
uitgingen, en hij wou niet naar ons luisteren, al riepen wij
hem nog zoo dikwijls (al-nog = though-never). 4. Wij dachten
te zullen bersten van lachen, toen de clonm den paardrijder
zulk eene poets speelde; deze deed, alsof hij vreesde te zullen
vallen, en toen de clown dit zag, meende hij te moeten weg-
loopen, wat hij in minder dan geen tijd deed. 5. Zeg eens (=
ik zeg), Jan, je kon het wel doen, als je wou; ik wou, datje
maar te overreden ') was; je hadt het (al) lang [geleden] kunnen
doen, als je dadelijk aan (het) werk gegaan was. 6. Ik zou
juist uitgaan, toen mijn oudste broer kwam aanloopen (vorm op
ing), die mij vertelde, dat men zegt, dat Ae cholera m Rome
woedt. Dit Vjracht eene groote verandering in onze plannen.
logeeren to staij; bersten van to burst. split with; poets trick; aan-
loopen lo run on; gaan aan to set to; brengen to caiise, brinrj aboat.
1) Overreden = to persuSide; ovei-tiiigen = to convince