Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
meester hem had gezegd. Dat is [een] jammer, want zijn
meester heeft hem herhaaldelijk gewaarschuwd met (— in)
deze woorden: Je zült je loon niet ontvangen, als je je tijd
verbeuzeld hebt. 7. De koning kan naar welgevallen de staten-
generaal ontbinden.
berusting resignation; brommen over to grumble at; op in; desnoods
if need be; loon wages; verbeuzelen to fritter away; naar welgevallen
at his -pleasure.
40. (Werkw. Pag. 34. b. en c.).
1. Kan ik gaan. Mijnheer? — Mag ik je een andere vraag
doen, mannetje? Is je werk af? Dan kun je gaan, waar(heen)
je verkiest. 2. Vaarwel, lieve moeder; het kan zijn, dat wi]
elkander nooit wederzien, dat is waar; maar waarom zouden
wij slechts het ergste onderstellen? Laat ons op de toekomst
vertrouwen. 3. Het kan wezen, dat het morgen niet regent,
maar het kan morgen geen (= niet) mooi (weer) zijn; zie
eens naar den barometer, dan kunt gij u zelf overtuigen.
4. Jongens, als het mocht gebeuren, dat ik dezen middag
wat laat kwam, verzoek ik u, rustig uw werk te maken; gij
moogt niet zingen of [een] leven maken, omdat dit de andere
klassen zou kunnen hinderen in hun werk. 5. Wij behooren
allen te doen, wat onze rang en stand in (de) maatschappij
van ons vraagt; de man, die op de hoogste sport staat van
de maatschappelijke ladder, behoort (het) best te weten,
wat zijn plicht is. 6. De man zegt, dat ik zeker mijne be-
looning zal ontvangen, en dat hij weldra hier zal komen, om
ze mij te geven. 7. Hij zegt, dat hij den koning gezien heeft,
maar ik geloof er niets van. 8. Mochten de Franschen de
Duitschers ooit overwinnen, dan zal een nieuwe Napoleon hen
weldra regeeren, en misschien onderdrukken, want ieder, die
hen ten roem leidt, zal zóó [veel] door het volk bemind en