Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
worden, kan u van de waarheid van dit gezegde overtuigen.
6. Ik leer Grieksch van denzelfden man, die mij Latijn heeft
geleerd; ik vind dit zeer aangenaam, omdat (de) meeste leer-
lingen , die van hem les (meerv.) kregen, in [een] korten tijd
wonderen deden (= wrochtten). 7. Dezelfde steden, die in
vroeger eeuwen groote vloten ontvingen, bevracht met de
schatten van (de) beide Indiën, zijn nu, wat Havard noemt,
de doode steden der Zuiderzee. 8. De Russische gezant was
bij Paulez afgestapt, juist toen de kroonjirins van zijn paard
stapte. Hunne ontmoeting was zeer hartelijk.
te koop forsale; angstig/'earftt/; over on; nietsdoener idie>' hard fast;
langs <1own; hartelijk cordial.
38. (Subst. § 1. B. e. tot h.)>
1. Willem, ga je mee? Ik heb twee mooie hengelstokken
van mijn oom gekregen; we zullen eens zien, of de visschen
willen bijten; misschien vangen wij wat baarsjes of snoeken;
zalmen zullen wij zeker [zijn] niet [te] vinden, maar dat doet
niet(s). Misschien hebben wij vóór twaalf samen tien of zelfs
twintig visschen; dat zou prettig zijn, niet waar? 2. Ofschoon
de vijanden nog zooveel bommen en kogels naar de stad
zonden, de belegerden weigerden standvastig, de vesting over
te geven; zelfs toen de vijand zwaardere kanonnen kreeg,
wachtten de inwoners geduldig de beloofde hulp af, die
eindelijk kwam, om de stad te ontzetten. 3. Veel menschen
gelooven, dat de volkeren der oudheid barbaarsche naties
waren, maar we behoeven slechts de werken der Grieken en
Romeinen (te) zien of (te) lezen, om overtuigd te zijn, dat
de ouden in vele opzichten boven de nieuweren stonden (=
waren). 4. De negers (= zwarten) hebben vroeg geleerd, om
de blanken als hunne meerderen te beschouwen; wij kunnen,
helaas! niet zeggen, dat de laatsten altijd als christenen