Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
anderen weg te gaan dan dien, welken zij moeten volgen.
Echter, als huisdieren zijn zij zeer nuttig, even goed als schapen
en koeien. 4. Het ongedierte heeft alles bedorven, wat in de
kast was; niets is veilig voor de aanvallen van raiten en
muizen. 5. Wat wenscht u. Mijnheer? Zal ik u tien pond
sterling geven, of verkiest u een bankbiljet van tien pond?
Geel' mij, als het u belieft, negen pond, negentien shilling,
elf stuiver en twee halve stuiverstukken; anders heb ik geen
kleingeld. 6. Een stoel op drie pooten (vert.: een driepootige
stoel) stond vóór den lessenaar, en daarop zat de oude vrek,
die allerlei breuken, (zoo)als vijf achtste, drie vijfde, zeven
twaalfde, enz. (bij elkander) optelde, of (van elkander) aftrok.
7. Hij heeft elke maand twee kistjes sigaren en drie ons
tabak noodig.
wapperen to flutter; verlangen naar to long for; getuigenis afleggen van
to bear witness to; verkiezen to want; kast cupboard; veilig voor secure
from; kleingeld change; stoel stool; breuk fraction; kistje box; noodig
hebben to want.
36. (Subst. § 1. B. d.).
1. Hebt gij een bril voor mij, vroeg een boer, die, gekleed
in eene wijde broek, een winkel binnenging. De koopman
toonde (er) hem eenige, maar niet een enkele scheen hem te
bevallen. Kunt gij lezen, vroeg de jongste firmant. Natuurlijk
niet, als ik (dat) kon, had ik uw bril niet noodig. 2. Mannetje,
in dit land zijn zulke woorden verboden; zij zullen u aan de
galg brengen. 3. Ik heb eene tang op de trap zien liggen
(vorm op ing), en eene schaar lag op de tafel; maar ik geloof
niet, dat het mijne schaar was. 3. De geneeskunde is een deel
van de natuurkunde, in den ruimsten zin van het woord; de
rekenkunde moet als een deel der wiskunde beschouwd worden.
4. Noemt gij dit logica,! Mijn waarde Heer, speel een partijtje
[op] biljart; dit zal misschien het middel zijn, om uw arm,