Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
hond van den advocaat uit den winkel had gestolen. 6. De
jonge man, die gedurende den avond het gezelschap van goede
vrienden of groote dichters mist, gaat licht den verkeerden
weg, of doet dingen, waarover hij zich later schamen zal.
7. Ik zeg u, het is niet te doen. Gesteld, dat gij hem zijne
kameraden hadt zien afranselen, wie zal [van] hem dit kwalijk
nemen ? 8. Nu je hier bent, beste vriend, moet ik je zeggen,
dat je lang stilzwijgen mij onaangenaam getroffen heeft. Wat
was de reden daarvan? Je weet, dat ik veel van je houd;
het zou mij niet mogelijk zijn, je te haten. 9. Vraag den man,
of hij eenige minuten wil wachten; zeg hem, dat ik aan
't ontbijt ben. 10. Toen wij in (de) stad woonden, ontbeten
wij om 8 uur; wij dineerden om 5, en wij soupeerden om 10;
op het land zijn (de) gewoonten heel anders.
goed right; tijdschrift periodical; misbruik maken van to abuse; min-
zaam condescending; billijk fair; verkeerd wrong; zich schamen over
to be ashamed of; gesteld supposing; kwalijk ill; anders different.
35. (Subst. § 1. B. a. b. c.).
1. De ruiterij ligt vóór de stad, het voetvolk exerceert op
het plein, en eene groote ') vloot van tachtig zeilen verlaat
juist de haven. Terwijl de zeilen wapperen in den wind, hin-
niken de paarden, alsof zij verlangen naar den strijd, die
weldra het lot van het lieve vaderland zal beslissen. 2. De
herten in het woud, de vogelen in de lucht *), de visschen
(enk.) in de zee, ze leggen allen getuigenis af van de groote
macht, die (de) aarde en (den) hemel schiep. 3. Zwijnen
zijn morsige en onaangename dieren; zij verkiezen altijd een
1) Groot = great (gewoonlijk in liguuilijken zin: a great man), large
(wat uitgebreid is: a large town or country), big (slaat op den omvang,
«n sluit het begrip van rondheid in zich: a big bag; a big town).
2) Lucht = sky (het firmament) en air (die wij inademen).
TEN imuGGENCATE, Eng. nitspr. 4e druk. 7