Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
koren gezongen werden, hoorde ik eenige prachtige solo's.
3. De optocht van het paardrijdersgezelschap door de straten
van het stadje werd algemeen bewonderd; vooral de dwergen,
de Chineezen en de Soudaneezen werden door allen aange-
gaapt; zelfs op de daken der huizen werden toeschouwers
gevonden, en toen de opperhoofden van de negers verschenen,
werden zij uitbundig door de opgewonden menigte toegejuicht.
4. De onderwijzer zeide tot zijne leerlingen: Schrijf op: drie
vijven, twee i's, zes t's en negen achten. Daarna zeide hij;
zet de puntjes op de i's, en vergeet niet streepjes door de t's
te halen. 5. Bij den brand, die gisteravond in (de) Heuvel-
straat woedde, zagen wij de zonderlingste dingen: eenige
mannen trachtten twee zware brandkasten te redden, en twee
jonge Franschen wilden uit de derde verdieping springen, in
plaats van langs de trap het huis te verlaten. 6. De Hol-
landers zijn bekend om hunne vrijheidsliefde.
oiiil ancient; vat cask; zich verwonderen over to wonder at; optocht
procession; aangapen to stare at; iiitbundig vociferously; opgewonden
excited; op down; bij at; zonderling curious; langs by.
34. (Werkw. § § 2, en 3. A.).
1. Zult gij dit werk dadelijk doen? Ik heb het juist gedaan,
[mijn] waarde oom. Dat is goed, [mijn] neef. Uw vader heeft
gezegd, dat ge naar den boekhandelaar moet gaan, om te
vragen, of de tijdschriften nog niet verschenen zijn. 2. Al was
ik [een] koning, toch zou ik niet misbruik maken van mijne
macht. 3. Al was hij [een] koning, toch was hij minzaam
tegen zijne minderen. 4. Het is noodzakelijk en wenschelijk,
dat gij het doet, voor hij terugkomt. 5. Het was billijk, dat
de slager drie gulden vroeg voor het stuk vleesch '), dat de
1) Vleesch is óf meat (voor het eten der menschen bestemd), óf flesli
(ranw): Men eat meat, lions live on flesh.