Boekgegevens
Titel: De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Auteur: Bruggencate, K. ten
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1896
4e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2421
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200387
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Uitspraak (taalkunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De uitspraak van het Engelsch met leesoefeningen: benevens vertaaloefeningen, behoorende bij "De hoofdzaken der Engelsche grammatica"
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
31. (Werkw. § 1).
1. Verleden week hebben wij eene zeer aangename ontmoeting
gehad; gij moet weten, dat we nu zeven jaar in Rotterdam
wonen, zonder één van onze oude vrienden uit A. ooit te hebben
gezien, waar wij twaalf jaar in (de) Willemstraat hebben ge-
woond. Welnu, ik stond op mijne stoep, en was juist gereed,
om mijn huissleutel uit mijn zak te nemen, toen een man
mij op den schouder tikte, en zeide: Kent gij mij nog ? —
Mijnheer, antwoordde ik, het spijt mij, maar ik ben uw
naam vergeten, ofschoon uwe stem mij niet onbekend schijnt.
Toen zeide hij: Hoe is het mogelijk? Hebt gij uwen ouden
vriend vergeten, die menigen avond (meerv.) in uw huis heeft
doorgebracht? Maar, het is waar; ik ben zéér [veel] veranderd;
twee jaar geleden heb ik mijn baard afgeschoren, en mijne
oogen werden zoo slecht, dat ik verplicht was een bril te nemen.
Is het werkelijk waar? Ja, nu zie ik het; ik ben blij, u weer
te ontmoeten; ga met mij in mijn huis; ik wou, dat gij (het)
middagmaal met ons gebruiken (= nemen) wildet. Hij deed
zulks, en na den avond bij ons doorgebracht te hebben, verliet
hij ons met den trein van tien (= tien uur trein), die hem
weldra te A. bracht, waar zijne vrouw en zijne beide kinderen
aan het station waren gekomen, om hem te verwelkomen.
in at; stoep steps; welnu welt; huissleutel latchkey; tikken to tap;
het spijt mij I am sorry; waai- so; bij with; met hy.
32. (Als 31).
1. Zult gij mij gelooven, wanneer ik u verzeker, dat ik alles
gedaau heb, wat ik kon, om u genoegen te doen (= geven);
1) Nog in den zin vaa nog altijd = still; in alle overige gevallen j/eï .•
He is not yet twelve; is not lie a child still? = hij is nog geen twaalf;
is hij niet nog een kind?