Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
42. Van eenen gelijkbeenigen driehoek is de inhoud
48 □ el, en elk been 10 el. Hoe lang is de basis?
43. Van een anderen gelijkbeenigen driehoek is de lood-
lijn uit een der uiteinden van de basis op de tegenoverstaande
zijde 19,2 el, en de inhoud 192 □ el; hoe lang zijn
de basis en elke opstaande zijde?
44. Van eenen driehoek zijn de opstaande zijden 15
en 13 roede, en de basis 14 roede. Hoe lang zal de lijn
zijn, die men uit den top op het midden der basis trekt?
45. Van eenen driehoek ABC zijn de zijden AB en
BC te zamen 56, BC m AC 54, AC en AB 58 el; hoe
groot is de inhoud?
46. Een hieraan gelijkvormige driehoek heeft den inhoud
van 1344 □ el; hoe lang zijn de zijden?
47. Iemand heeft een stuk land, in de gedaante van
eenen stomphoekigen driehoek, met boomen beplant, zoo-
danig dat er 10 boomen in elke □ roede staan. Indien
er 3840 boomen geplant zijn, en de opstaande zijden 52
en 60 roede lang zijn, hoe lang is dan de basis?
48. Twee landlieden hebben ieder een stuk land van
78 roedein omtrek, en meenen dat deze even groot zijn^
ofschoon het eene een kwadraat en het andere een gelijk-
zijdige driehoek is, Hebben zij daarin gelijk? En zoo niet,
hoeveel verschillen deze stukken in grootte?
49. Hoeveel steenen heeft men noodig tot het metselen
van een' muur, welke de lengte van 24 el heeft, en van
welke de diagonaal 26 el lang is, terwijl men rekent dat
er 50 steenen in de □ el komen te liggen?
50. Indien er 6 ramen in dien muur komen, breed
5 palm, en overhoeks 13 palm, hoeveel steenen heeft men
dan noodig?