Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
7. Indien men beide deze laatste deelen wil omringen
met boomen, welke roede van elkander verwijderd zijn,
hoeveel boomen heeft men dan daartoe noodig?
8. Van eenen regthoekigen driehoek is de som der
regthoekszijden 21, en die der drie zijden 36 roeden; hoe
lang zijn de zijden ieder afzonderlijk?
• 9. Hoe lang is de loodlijn , die men uit het hoekpunt
van den regten hoek op de hypothenusa van dien drie-
hoek trekt?
10. In welke deelen wordt daardoor die zijde verdeeld?
11. Wat zijn de inhouden der deelen , in welke deze
driehoek door die loodlijn verdeeld wordt?
12. Wanneer men bovenstaanden driehoek in drie dee-
len , van gelijken inhoud, wil verdeelen door twee slooten,
evenwijdig loopende met de loodlijn, uit het hoekpunt
van dan regten hoek op de schuinsche zijde neergelaten,
hoe lang zullen deze slooten moeten zijn, en hoe ver van
den voet der loodlijn zullen zij moeten beginnen?
13. Twee landlieden ruilen met stukken land, het eene
in den vorm van een kwadraat, het andere in dien van
eenen cirkel, en meenen eene gelijke ruiling te doen,
omdat beide stukken ieder 44 roeden omtrek hebben. Wie
heeft voordeel bij deze ruiling, en hoeveel?
14. De omtrek van eenen gelijkbeenigen driehoek is 20
el, en de basis half zoo lang als een der beenen; wat
is de inhoud van dezen driehoek?
15. Van eenen anderen daaraan gelijkvormigen drie-
hoek is de omtrek 40 el. Wat is de inhoud , en hoe lang
zijn de zijden?
16. Indien men in dezen driehoek eene lijn trekt van
6 el lang, evenwijdig met de basis, hoe ver zal deze van
den top af, de beenen doorsnijden?