Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
breed, en de hoogte is 2,4 el. Hoeveel kub. el is de in-
houd?
24. Indien de gracht, waaruit men de natte aarde voor
dezen dijk heeft bekomen, dezelfde boven- en ondervlakken
heeft als de dijk, hoe diep zal zij dan zijn, zoo men ^
voor het uitdroogen heeft gerekend?
Herhaling en verdere toepassing van het voorgaande.
§ 22.
1. Van een stuk land, in den vorm van een' regthoe-
kigen driehoek, zijn de regthoekszijden 20 en 25 roede lang.
Men wil daarvan eenen regthoekigen driehoek afscheiden,
ter grootte van den hal ven inhoud, door eene sloot, even-
wijdig, met de kortste regthoekszijde. Hoe ver van het
hoekpunt des regten hoeks moet die sloot in de langste
regthoekszijde beginnen?
2. Hoe lang zal die sloot zijn?
3. In welke deelen zal de hypothenusa door deze sloot
verdeeld worden?
4. Hoe groot is de omtrek van het overgebleven tra-
pezium?
5. Een stuk land heeft de gedaante van een regthoekig
trapezium, en moet in twee gelijke deelen gescheiden wor-
den ; hoe ver van het hoekpunt des regten hoeks moet men
beginnen, zoo de scheidsloot evenwijdig met de regthoeks-
zijde moet loopen, de twee evenwijdige zijden 25 en 15 en
de afstand daartusschen 12 roede is?
6. Hoe ver van dat hoekpunt zou die sloot moeten be-
ginnen , indien hij evenwijdig met de schuinsche zijde moest
aangelegd worden?