Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
ABCD is het profil of de doorsnede,
welke men zou bekomen, wanneer de
dijk loodregt in de breedte doorgesne-
den werd. DI-CJ=1IK=GL is
de loodregte hoogte, of de afstand tus-
schen de kruin en den aanleg des dijks.
Men noemt AD en BC de glooijing
of helling des dijks. Al tn BJ wor-
den de schuinsche afwijkingen genoemd.
AB — EF heet de aanleg of breedte
van den voet des dijks, en CD — GII
noemt men de kruinshreedte.
De lengte des dijks is BF=AE —
CG=DIL CD HG is de kruin, en
ABFE het grondvlak des dijks.
Legt gij deze figuur onderstboven,
zoo als wij reeds aanmerkten, dan stelt
^zij eene gracht of een kanaal voor. De
hoogte des dijks noemt men dan de
diepte, de kruin heet dan de bodem,
en AB blijft de aanleg.
Gewoonlijk is het profil een trape-
zium , omdat men meestal schuins graaft
of aanlegt; maar bij gemetselde wallen
kun het ook een kwadraat of een regt-
hoek zijn.
Is het profil der beide eindvlakken gelijk, dan kan men
den dijk of het kanaal berekenen als een prisma; maar is
het eene profil grooter dan het andere, dan rekent men
alsof het een afgeknotte piramide is, ofschoon dit niet vol-
komen naaiiwkeurig is, zoo als wij later zullen aanwijzen.