Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Wanneer men de grootte van het grond- of van het bo-
venvlak heeft berekend, dan behoeft men dit slechts met
de loodregte hoogte van het prisma of van den cilinder
te vermenigvuldigen, om den kubieken inhoud dezer lig-
ehamen te vinden, zoo als gij wel kunt begrijpen uit het-
geen gij in de vorige paragrafen, ten aanzien van den ku-
bus en het parallelopipedum hebt geleerd.. AD, CF en
BE of de zoogenoemde ribben wijzen de loodregte hoogte
van het regthoekig prisma ABC'BEF aan; maar bij het
scheefhoekig prisma DEFGHI wijst HK de loodregte hoogte
aan, en men zal deze met het grond- of bovenvlak moeten
vermenigvuldigen, om den kubieken inhoud van dit scheef-
hoekig prisma te vinden.
I ^Nék deza ondeirigtiri^ ziü^ gijv^e^s^insstaaV^gs/iie yol-
' gendeYoorWellen op te lossen.
1. Een balk van 6 el lang, 2 palm breed en 1,5 palm
dik, wordt overhoeks in de lengte zoodanig doorgezaagd,
dat men twee regthoekige prisma's bekomt, waarvan, zoo
als gij wel kunt nagaan, het grond- en bovenvlak regt-
hoekige driehoeken zijn. Wat is de kubieke inhoud van
ieder dezer prisma's?
2. Een ander dergelijk prisma is 8 el lang, terwijl de
eene regthoekszijde van het grondvlak 3 en de schuinsche
zijde 5 palm is. Hoe groot is de kub. inhoud van dit prisma?
3. De kub. inhoud van een prisma van dien vorm is
2,4 kub. el. Indien de regthoekszijden van het grondvlak
12 en 16 palm lang zijn, wat is dan de hoogte van dit prisma?
4. Wat is de oppervlakte van dit prisma, indien men
de onder- en bovenvlakken mederekent?
5. Wat is de oppervlakte van het in voorstel 2 be-
t /