Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
eenen daaraan gelijkvormigen, waarvan de inhoud het
negende deel des eersten is?
28. Van eenen regelmatigen zevenhoek is elke zijde 13
duim. Hoe lang zijn die van eenen, welke 9 raaal zoo
groot is?
29. Een stuk land heeft de gedaante van eenen regt-
hoekigen driehoek, waarvan de ba?is 240 en de andere
regthoekszijde 252 el lang is. Door een sloot, evenwijdig
met de basis, wil men hiervan een stuk afsnijden van 15120
□ el; hoe lang zal die sloot moeten zijn?
30. Iemand koopt een slijpsteen van 1,8 el diameter,
voor 48 gulden. Hoe duur moet hij dien naar inkoopsprijs
verkoopen, wanneer de diameter door afslijpen 0,9 ci is?
31. Van eenen regthoekigen tuin staat de lengte tot
de breedte als 9 tot 40. Indien de diagonaal 82 el is,
wat is dan de lengte en de breedte?
32. Men ontvangt water door eene pijp van 1,5 duim
wijd; doek men wenscht vier maal zoo veel te ontvangen,
waartoe men de pijp 6 duim wijd maakt. Hoe komt
dit uit?
33. AVanneer elke zijde van een regelmatigen zevenhoek
20 palm lang is, zal de inhoud 1453,6 □ palm zijü; hoe
groot zal een zoodanige zevenhoek zijn, waarvan elke zijde
10 palm lang is?
34. De inhouden van twee regelmatige achthoeken zijn
482^84 en 1931,4 □ palm. Indien de zijden des eersten
10 palm zijn, hoe lang zijn dan die des laatsten?
35^ Voor het verwen van den vloer ee;is zeshoekigen
koepels, welks zijden ieder 15 palm fang zijn, betaalt men
2 gl. 35 et.; — wat zal men moeien geven voor het
venven van eenen daarmede gelijkvormigen vloer, waarvan
elke sjjde 1 el lang fs?