Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
4. Hoeveel is de inhoud der zij vlakte van dezen steen?
5. Een paard loopt voor een karnmolen aan een boom van
8,5 el lang; hoe ver moet het telkens rondloopcn, om een-
maal dat pad af te leggen?
6. Een ronde koepel is 22,6 palm wijd. Wat is de om-
trek volgens de verhouding van Metius?
7. Een bierglas is 6,3 duim wijd; wat is de omtrek
volgens Auciiimedes?
8. Een schaap loopt rond aaneen touw van 8,4 el lang;
hoeveel gronds kan het alzoo afweiden?
9. Uit de verhouding van Auchimedes volgt, dat de in-
houd eens cirkels staat tot het vierkant op zijn' diameter als
11 tot 14. Kunt gij volgens die reden ook den diameter
vinden van eenen cirkel, die 154 □ ■ el inhoud heeft?
10. Het touw, om eenen boom gebonden, is 6,6 palm
lang; wat is de middellijn van dien boom?
11. Het^ rad of wiel van een kruiwagen is 4,2 palm
hoog. Hoe menigmalen moet dit omwentelen om eenen
weg van 264 el af te leggen?
12. De voorwielen vaneen rijtuig zijn 6, en de achter-
wielen 8 palm hoog. Zoo men daarmede eenen weg aflegt
van" 1161,6 el, hoe veel malen zullen de voorwielen meer
omwentelen, dan de achterwielen?
13. Een wagenrad wentelt 196 maal rond, terwijl men
Tan de eene naar de andere stad rijdt. Zoo het 3 el in mid-
dellijn is, hoe groot is dan de afstand tusschen deze steden?
14. De vloer van eenen ronden koepel is 2772 □ palm
groot; hoeveel zijn de omtrek en de diameter daarvan?
15. In eenen tuin, van gedaante een vierkant, waarvan
elke zijde 3,6 el is, heeft men eene cirkelronde bleek aan-
gelegd van 2,1 el diameter. Hoeveel ruimte blijft er bui-
ten het bleekveld nog over?