Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
zen driehoek te berekenen, en dien inhoud zesmaal te
nemen oiii den inhoud van den zeshoek te vinden.
Alleen bij regelmatige zeshoeken bekomt men pp die wijze
f^elijkzijdige driehoeken; maar bij ander^véêlh'(?^en is dit
niet het geval, ofschoon mén deze op die wijze uit het
iniflflulpmit kan verdeelen in gelijk^eenige driehoeken, ^aar-
van men slechts één behoeft te brrnfiarirn, en den inhoud
daarvan te vermenigvuldigen met het getal zijden of hoeken ,
ter bekoming van den geheelen inhoud.
Onregelmatige veelhoeken verdeelt men in driehoeken,
kwadraten , regthoeken , parallelogrammen of trapeziums
naar mate dit mogelijk is./^k-afzonderlijke deelen moet
men berekenen, en ditiiinlu^uitQnHii^paiyit^^ zamentellen , om
de grootte van den veelhoek te vinden.
Om dit te doen bij den onregelmatigen veelhoek JBC
BEF trekt me^ de^di^onalen AC en^^E, en omdat deze
laatste toevalligTn'gtlijni^ m'gt'*de zijde is, bekomt men
hier de driehoeken ABC, ACF en ODE. Zijn de zijden
daarvan bekend, dan kan men door berekening doeag diio ,.
en zamentelling der inhouden daarvan, de grootte
van den onregelmatigen veelhoek vinden.
Waren de lijnen AC,^"CB ^t^hekend, met de lood-
lijnen, die men daarop uit de hoekpunten B, E en
laten vallen, dan zou men ook, zonder de overige zijden
te 5e£iSk,'''den inhoud kunnen vinden.
In den regelmatigen zeshoek aBedeF is G het i^JiWh^
punt, waarvan al de hoekpunten op gelijkeji afstand^verwij-
derd zijn. Dit is in den onregelmatigen zeshoek ABCBEF
niet het geval, en bovendien ziet gij bij E ook nog een'
inspringenden hoek, terwijl al de overige uitspringende hoe-
ken zijn. InupfingeaAo hoakoM Dija giBjlu duu t^fct. iLfeti«^