Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
7. Zoo de grondlijn van eenen scherphoekigen driehoek
169 el, en de opstaande zijden 156 en 65 el lang zijn;
in welke deelen zal de basis verdeeld worden, indien
men uit den top een perpendiculair daarop neder laat
vallen? *
8. Een stuk hout in de gedaante van eenen scherphoe-
kigen driehoek moet met lood bekleed worden; hoeveel □
palm heeft men daartoe noodig , indien de eene opstaande
zijde 13, de andere 15 en de grondlijn 14 palm lang is?
9. De basis van eenen scherphoekigen driehoek is 105
palm, de opstaande zijden 65 en 100 palm; hoe lang is de
loodlijn, welke uit den top op de basis is getrokken?
10. Wat is de inhoud van dezen driehoek?
11. De inhoud van een stuk land, in de gedaante van
eenen scherphoekigen driehoek, is 24 bunder, de deelen,
waarin de loodlijn, uit den top neergelaten, de basis ver-
deelt, zijn 24 en 126 roede. Hoe lang zijn de twee op-
staande zijden?
12. De twee opstaande zijden van eenen anderen scherp-
hoekigen driehoek zijn 50 en 85 el. Als de inhoud 21
□ roede is, hoe lang is dan de basis van dezen driehoek?
13. Van eenen driehoek is de basis 105, en de op-
staande zijden 100 en 65 palm. Is deze stomp- of scherp-
hoekig? Zoo gij dc formules bij het begin dezer § goed
hebt begrepen, zult gij dit gemakkelijk vinden. En hoe lang
is'dan de loodlijn, uit den top op de basis getrokken?
15. Van eèh'driëhoêlfig stuk land zijn de zijden 39, 42
cn 45 el. Welk soort van driehoek is dit, — en wat is
de inhoud?
15. Van een driehoekig stuk lood zijn de zijden 58, —
104 en 150 duim. Is dit ook een scherphoekige driehoek?
En zoo elke □ duim een half wigtje weegt, wat is dan
de zwaarte van dit stuk?