Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
24. Zoo de trap in voornoemd geval moest reiken tot
eenen zolder, welke 7,5 el hoog was, hoe lang zou dan
de trap moeten zijn?
25. Een vlieger is juist tweemaal zoo hoog als een to-
ren van 45 el hoog, en regt daarboven. Hoe ver staat men
van dien toren om het touw vast te houden, zoo dit 160
el lang is ? De bogt van het touw wordt hier niet in aan-
merking genomen.
26. De schuinsche zijden eener kegelvormige tent van
6,8 el wijd, zijn 9,2 el lang. Wat is de loodregte hoogte
dezer tent?
27. Van eenen scherphoekigen driehoek is de loodlijn
uit den top op de basis vallende 12 en de opstaande zij-
den zijn 18 en 24 el lang; wat is de lengte der basis?
28. Van eenen stomphoekigen driehoek is de kortste op-
staande zijde 24, de basis 8 en de loodlijn uit den top op
het verlengde der basis neergelaten 15 palm; hoe lang ia de
langste zijde
29. De oppervlakte van eenen kubus is 486 □ palm;
hoe lang is de grootste diagonaal, die er doorheen loopt?
30. Eene kamer is lang 9, breed 7 en hoog 4 el. Hoe
groot zal de lengte zijn van den längsten stok, dien men
daarin van den vloer tot den zolder kan plaatsen?
Over de scherp- en stomphoekige driehoeken, — het
berekenen der zijden daarvan, enz.
Wanneer gij nog eens de figuur beschouwt § 7, — en
gij stelt u voor dat de cathetus of opstaande regthoekszijde
BC in het punt B kon draaijen, dan zou de hoek B stomp