Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
aan CF, terwijl l_ AC] gelijk is aan L BCF: want
L BCJ en L ACF zijn beide regt, en [_ ACB wordt bij
'iSi^ gevoegd.
't,v/.^^liebben hier dus weder twee zijden met den ingesloten
■^' Eoek gelijk, en de dridiutlti-ii j.uiiden op dltaudLi' j.uoildiii^
aij elkander v^l^^en .bedekten, waaruit volgt, .
dat zij gelijkvwpinij^ en/»V^on gfóol7zijn.
Dat A ACJ de helft is van BCJK, en A BCF even-
eens de helft van CFÈI, zult gij gewis begrijpen, al trekt
gij geene lijnen uit J en F, evenwijdig aan AC en BC.
BCJK is dus gelijk aan CFHI, —
ABCB „ „ „ „ AGHI, — derhalve zijn BCJK
en ABCB te zamen gelijk aan ACF O, of (zoo als men
dit ook wel schrijft) AB^ + BC' = AC\
Dp ^iiiiiil i1r~rr ntniling mlt [;ij htt r?lrrnd8 Vunnrn
berekcHen. '
1. Van een stuk gronds, in de gedaante van eenen
regthoekigen driehoek, is de eene regtshoekzijde 12 en
de andere 16 roede lang, hoeveel zal de lengte der schuin-
sche zijde zijn?
2. Van een ander zoodanig stuk is de schuinsche zijde
100 en de eene regthoekszijde 60 el. Wat is de lengte
der andere zijde ? ' '
3. Een regthoekige driehoek is groot 512 □ palmen.
Zoo de beide regthoekszijden even lang zijn , wat is dan de
lengte der drie zijden vaif dezen driehoek?
4. Men trekt uit het hoekpunt van den .regten hoek
des voornoemden driehoeks eene loodlijn op de schuinsche
'zijde; hoe lang zal die perpendiculair zijn, en wat zal de
lengte wezen van de déelen, waarin de schuinsche zijde
door die loodlijn verdeeld wordt?