Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
19
9. Over eenen vierkanten marmeren steen heeft men van
het eene tot het tegenoverstaande hoekpunt een touw gespan-
nen, dat 13 palm lang is; hoe groot is de inhoud van
dezen steen, en hoe lang is elke zijde?
10. Juist in het midden van eenen gelijkzijdigen drie-
hoek staat een boom, welke 3,13 el van elke zijde verwij-
derd is. Zoo de zijden ieder 13 el lang zijn, hoe groot is
dan de inhoud, — en hoe lang de loodlijn, uit den top
op de basis nedergelaten?
11. Het midden der basis van eenen gelijkbeenigen drie-
hoek is juist 7 el 5 palm van de naaste hoekpunten verwij-
derd, terwijl de hoogte 13 el is; wat is de inhoud van de-
zeii driehoek?
13. Indien de inhoud daarvan 33 □ el 4 □ palm en
de hoogte aan de basis gelijk was, hoe lang zouden deze zijn?
Vervolg over de driehoeken, tn het berekenen hunner zijden.

In eiken regthoekigen driehoek is het kwadraat op de
schuinsche zijde zoo groot als de twee kwadraten op de beide
regthoekszijden te zamen. (Zie de figuur op bl. 30.)
A CFG = BCJK + ABBE.
Op grond van het voorgaande zult gij dit zeer goed kun-
nen begrijpen,
A ^BG is gelijk aan A ^CE, omdat de zijden AB en
AE gelijk zijn, de zijden AG en AC eveneens, en de hoe-
ken tusschen die zijden ook: want l_ BAE en CAG
zijn b^ide regt en dus gelijk. Telt men bij beide den
/_ BAC op, dan zullen die sommen ook gelijk zijn,
zoodat L gelijk is aan L CAE.