Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Den inhoud van die driehoeken vindt men dus, op grond
der parallelogrammen, door de helft der hoogte met de
basis, of de halve basis met de hoogte te vermenigvuldigen :
want^iat men dien iHhoud kan geli^stellen m'W dien eens
regthoeki^M driehoeks dezelfde\asis en liSy^te, dit
zult gij nu zfel^rlijk reeds\men. Gij zÏHi dan ook^mak-
kelijk het volgeiKk kunnen lS(;ekenen.
J~ 1. Van eenen seherphoekigen driehoek is de basis 36 el
en de hoogte 20; hoe groot is de inhoud dezes driehoeks ?
2. Een stuk lands in de gedaante van eenen stomphoe-
kigen driehoek is 324 □ roede groot. Hoe lang is de
loodlijn, die uit den top op het verlengde der basis valt,
zoo deze 27 roede lang is?
3. De inhoud van eenen gelijkbeenigen driehoek is 121
□ palm. Zoo de loodlijn, uit den top op de basis ge-
trokken, 11 palm lang is, wat is dan de lengte dezer grondlijn?
4. Wanneer de inhoud dezes driehoeks 648 □ duim was,
terwijl de basis en de hoogte gelijk waren; hoe lang zou-
den deze dan zijn? '
5. Eene koperen plaat, in de gedaante van eenen gelijk-
r—— zijdigen driehofijf, waarvan elke zijde 12 palm, en de hoogte
ui-tecij 10 palm 39 f^wwr is, wordt betaald met 15 ct. voor de
□ palm; hoeveel bedraagt dit?
6. Zoo de inhoud 124 Q P'^^l™ en 68 Q duim was,
en de «ijden ieder 48 palm lang waren, hoe groot zou dan
de hoogte zijn?
7. Men heeft in eenen tuin, van gedaante als eene ruit,
Juist in het midden een boom geplant; zoo deze 7 el van het
hoekpunt van eiken scherpen en 5 el van dat van iederen
stompen hoek verwijderd is, hoe groot zal dan de inhoud zijn?
8. Indien deze tuin 576 □ el groot, en de langste
diagonaal 36 el was, hoe lang zou dan de kortste zijn?