Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2396
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200381
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek: overeenkomstig de behoeften van onzen tijd; voor scholen en ter bevordering der nijverheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Cfti'^lion nu eens deze voorstelleiyi^n ^^ er de figu-
ren bij, om ze^ des te beter te begrijpen.
1. Een stuk land, in de gedaante van'een parallelogram,
is groot 84 □ roede en 36 □ el. Zoo de langste zijde
12 roede is, hoe groot is dan de hoogte van dit parallelo-
gram?
2. Van een ander parallelogram is de basis 25 el 6 palm,
en de hoogte 15 el; hoe groot is de inhoud?
3. Zoo de basis 19 el en 5 palm lang was, en de in-
houd als in het vorige voorstel, wat zou dan de hoogte
zijn?
4. De inhoud van eene ruit is 28,7 □ el, en elke zijde
3 el 5 palm. Hoe groot zal de hoogte zijn?
5. Indien de hoogte daarvan, bij denzelfden inhoud,
21 palm was, — hoe lang zou elke zijde dan zgn?
6. Van een parallelogram is de basis tweemaal zoo lang
als de hoogte, terwijl de inhoud 125 □ el bedraagt; wat
is de lengte dier twee lijnen?
7- De basis en de hgogte van zeker parallelogram heb-
ben eene gelijke lengte. Zoo de inhoud 361 □ el is, hoe
lang zijn die zijde en die loodlijn?
8. In een stuk land, van gedaante als een parallelo-
gram , wil men het kortst mogelijk pad leggen tusschen de
twee langste zijden, welke ieder 15 roede lang zijn. Zoo
do inhoud 97 □ roede en 50 □ el is, wat zal de lengte
van dit pad moeten worden?
9. Indien dat pad van de eene naar de andere kortste
zijde alzoo moest aangelegd woVden, en deze ieder 11,5 roede
lang waren, hoe lang zou dan het pad worden ? ,
10. Van eene ruit is de hoogte half zoo groot als elke
zijde; wat is de lengte dezer lijnen, zoo de inhoud 288 □
duim is? ^