Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
veu heeft. Hoe grooter en zwaarder de dingen
zijn, des te sterker oefenen zij die kracht uit.
Dat vallen komt door de zwaarte, zöo als wij
-èai^ noemen." —Li-
7.
Eb en vloed.
Het water der zee wordt ongeveer om de zes
uur höoger en lager. Hoog water heet vloed; —
laag water eb. Dit komt voornamelijk door de
aantrekkingskracht der maan: want al is die veel
kleiner, dan de zon, — zij is veel digter bij ons.
Daaruit zien wij, dat zon, maan en sterren el-
kander ook aantrekken. En toch zorgt God, dat
ieder zijne plaats behoudt, en zij elkander niet
aanraken.
Eb en vloed zijn nuttig, om het water voor
bederf te bewaren: want stilstaand water kan
grooten stank van zich geven.
8.
Weg-en.
Op mijne hand kan ik wel voelen, of er een
houten of een looden bal op gelegd wordt. De