Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26.
Vallen.
Als ik mijn' staiter uit de eene hand in de an-
dere laat vallen, dan vang ik dien op , zonder
dat hij mij zeer doet. Maar viel -die van eene
groote hoogte, dan zon ik het niet wagen. Ik
kon mij bezeeren. Daarom gebruiken wij daartoe
ligte, zachte kaatsballen. De waanwijze boer on-
dervond dat, toen die den eikel op den neus
, , kreeg, terwijl hij wenschte, dat er pompoenen
hat- tó».,
aan iulke boomen zouden zitten. Zijn neus bloed-
de er van. Als het eene pompoen was geweest,
dan zou het erger aangekomen zijn.
6.
Zwaarte.
Hoe komt het toch, dat alles zoo naar de aar-
de valt? Mijn broeder zei onlangs, dat de aarde
alles aantrekt, omdat zij grooter is j dan alle
dingen op onze aarde. Ik vroeg hem, hoe de
doode aarde wilde en kon aantrekken. Toen leg-
de hij eenige stukjes kurk op het water, en ik
zag, dat die ook elkander aantrokken. „Na ziet
gij," zeide hij: „dat God die kracht er aan gege-