Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
34.
Schaduw.
Slechts eenige ligchamen laten het licht door,
en deze heeten daarom doorschijnend. Kunt gij
zoodanige opnoemen ?
Alle ondoorschijnende voorwerpen hebben eene
schaduw achter zich, wanneer het licht slechts
van éénen tegenovergestelden kant komt. Valt die
schaduw op andere vlakke voorwerpen, dan is
zij in gedaante gelijk met het ligchaam, waarvan
zij afkomstig is.
Bij eene maansverduistering valt de schaduw
onzer aarde altijd in ronden vorm op de maan.
Wat volgt daaruit?
De schaduw in het zonlicht is des middags te
12 ure het kortst. Waarom? Zij wijst dan regt
naar.....omdat de zon juist in het.....is.
Weet gij nu ook, wanneer de schaduwen het
langst zijn? En wanneer of waar hebben de regt-
standige ligchamen geheel geene schaduw?
Als het des zomers regt warm is, dan zijn wij
liefst in de schaduw van boomen en andere voor-
werpen, om?
---.vi_