Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
25.
Triezen.
's Winters, wanneer het zeer koud is, dan ver-
andert het water in ijs. Dóór de warmte ont-
dooit het ijs weder tot water. Door nog grooter
warmte wordt het damp.
Van de meerder of minder warmte hangt het
dus af, of het een vast ligchaam, een vocht of
damp is.
Zoo is het ook met andere vochten, — maar
het eene bevriest o^stolt eerder, dan het andere,
zoo als men kan weten aan gesmolten vet, sterke
dranken, kwik, enz.
Zelfs des zomers stolt het vet. Sterke dranken
en kwik bevriezen hier 's winters niet; dit ge-
schiedt alleen bij ontzettend st^/l/i^ koude, zoo
als digt bij de polen, of in de koude luchtstreek,
alleen plaats heeft.
Gelijk die vochten door koude verstijven, zoo
verdampen zij door groote warmte. Ten aanzien
van vet kan men dit soms weten , als men van
verre, zelfs buitens huis, ruikt, dat er panne-
koeken worden gebakken. Waarom ?