Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Dit heet dauw. Daardoor worden die soms dagen
achtereen voor verdroogen en verdorren bewaard ,
wanneer het in langen tijd niet regent.
's Morgens kort na zonsopgang ziet men die
dauwdroppels somtijds als diamanten schitteren
op de bladeren der planten.
24.
Het natte linnen.
Als linnen gewasschen en gebleekt is, dan hangt
men het op een r^lk, om te droogen. De lucht
trekt er alle vochten in onzigtbare dampen nit.
Zoo droogt ook het schrift spoedig op, al zijn de
letters eerst nat van inkt.
Als dat zoo niet was, dan konden de verwers
het huis wel öpverwen, maar het zou niet droog
worden.
Waren wij bezweet, wij zouden nat blijven.
Het gras zou geen hooi worden, maar verwei-"
ken en verrotten.
Gedroögde vruchten, als: granen, erwten, boon-
tjes, alsmede gedroogde visch, enz. zouden er
dan niet zijn.