Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
nog meer lacht inSdem, dan zink ik niet zoo ligt
naar beneden.
19.
De emmer.
Als men een' emmer vol water ophaalt uit de
put, dan wordt die eerst regt zwaar, als hg bo-
ven water komt. Vóór dien tijd gaat het veel ge-
makkelper. Dat komt, omdat het water zwaar-
der is, en meer steun geeft, dan de lucht.
Daarom zou ik iemand, die in 't water valt,
wel kunnen bovenhouden, en voor zinken bewa-
ren, maar dien er uit te trekken, dit zou voor
een kind te zwaar worden.
Vasthouden en om hulp roepen, totdat ande-
ren het hoorden, — dit zou dan het beste zijn.
Zoudt gij dan de hand toereiken, of liever iet«,
dat gij ook kondet loslaten? En waarom?
20.
Het Us.
Jan viel in eene sloot door het ijs. 'iHij greep
een dun takje, dat over die sloot hing. Daaraan
bleef hij stil hangen, om zich boven te houden.