Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
het stroomen op, en de regte vlakte, welke het
dan aanneemty heet waterpas. Zöo is het ook in
zeeën, meren, rivieren, vaarten en grachten. Alle
andere dingen, die overal even hoog zijn, en dus
niet sfibttóTS op of neder loopen, liggen waterpas.
'é ___
15.
De watervogels.
De ganzen, zwanen en eendvögels zijn niet nat,
als zij uit het water komen. Dat komt doordien
de vederen dezer vogels vetachtig zijn. Zij heb-
ben vetkliertjes onder de vederen. Daarop druk-
'Jpej. ken zij met hunnen snavel, en strijken het/dan
over de vederen. Wij zien daaruit, dat vet en
water elkander minder aantrekken, dan sommige
andere ligchamen.
Als men het water zeer langzaam nit eene kom
giet, dan loopt het langs den kant tot ean den
voet, eer het op den grond stroomt. De kom en
het water trekken elkander dus sterker aan, dan
de aarde: want anders zou het terstönd regt naar
beneden loopen.
Waarom kan men stukken hout aan elkander
lijmen, en ijzer niet?
Als alle dingen elkander juist evenveel aantrok-