Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
SI
13.
De turfzolder.
Om turf op/zolder te krijgen , draagt men die
in korven of manden langs dejj ladder of doy'^trap/^A
omhoog. Maar bij ons is een dakvenster, waar
de turf omhoog geheschen wordt. Tot dat hij-
schen bezigt men een touw, dat over eene schgf
loopt, die in een blok om eene spil ronddraait.
Dat heet eeny katrol. Zulke/Bezigt men ook wel,
om andere dingen op te trekken. Als er meery^^,^
katrollen zijn, waarover het touw loopt, het zij
die in hetzelfde of in afzonderlijke blokken zitten, ^
dan noemt men het een laM. Daarmede
men met geringe kracht jji^j zwa^lrj^'e/ lasy^om-y^^i
hoog hijschen. Men gebruikt deze wel veel op
schepen, molens, werven, in fabrijken, pakhuizen
en bij heiwerken.
14.
De goot.
Het water stroomt langs de goot, omdat die op
het eene einde hooger en op het andere lager
ligt, dan in het midden. Het waler tracht altijd /
overal even hoog te staan. Is het gelijk, dan houdt