Boekgegevens
Titel: De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1861
7e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2393
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200378
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuur: aanvankelijk leesboek voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
looden bal of kogel drnkt er sterker op. Die is
zwaarder, en wordt meer door de aarde aange-
trokken. Die drukking heet het gewigt. Dit kan
men bepalen door de ligchamen te wegen op
schalen. Daartoe bezigt men een' evenaar met
even lange armen, waaraan die schalen hangen.
Hoe digter de ligchamen zijn, hoe meer gewigt
zij hebben, als de grootte niet verschilt. Dat heet
9.
Soopteiyk grewigt.
Zflo mijn stuiter en mijne spons even groot
zijn, dan zal de eerste meer gewigt hebben, dan
de laatste: want in de spons zijn vele tamelijk
gröote gaatjes. Die kan ik zien. Maar, als ik een
looden stuiter had, die zou weer veel zwaarder
zijn, dan deze van steen. Hoe komt dat? Zou-
den daarin ook onzigtbare gaatjes zijn, welke toch
evenzeer in getal en grootte verschillen? In on-
ze huid zijn immers oök onzigtbare gaatjes; hoe
zou men anders zweeten? Laatst vertelde neef
Piet, die studentes, dat al die openingen in de
ligchamen poriën heeten. Hoe meer en grooter
die zijn, hoe ligter de ligchamen wegen.