Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
G X 23 en 7 X 36 eu 8 X 52 =
9 X 48 en 5 X 63 en 6 X 39 =
945 : 5 en 774 : 6 en 861 : 7 en 916 : 4 en 984 : 8 =
1. Een boer verkoopt op de markt 8 schapen voor
75 gulden het stuk. Zij hebben hem te zamen 525 gul-
den gekost. Hij wint er dus gulden op.
2. In eene week verdient een metselaar 9 gulden eu
24 cent. Eiken dag verdient hij dus cent.
3. Iemand heeft 4 rijksdaalders bij zich. Hij koopt
8 boeken elk voor 25 stuiver. Toen had hij nog cent over.
4. Vier mannen deelen 732 gulden gelijk. Ieder krijgt
dus gulden.
5. Een tuinier heeft 936 jonge boompjes. Hij ver-
koopt er het 8" deel van. Voor elk boompje ontvangt
hij een stuiver. In 't geheel ontvangt hij dus cent.
6. Een jongen bespaart eiken dag 8 cent. Hij moet
dan dagen sparen, om 6 gulden te hebben.
7. Eene vrouw verkoopt van 840 eieren eerst het derde
en later het zesde deel. Voor elk ei krijgt zij 2 cent.
Zij ontvangt dus voor die eieren cent.