Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
1. Eene vrouw kocht eerst 200, toen 300 en daarna
400 turven. Zij had toen turven gekocht.
2. Een metselaar gebruikte eerst 400, daarna 200 en
later nog 300 steenen. Hij had er toen gebruikt.
3. Op het huis van Jan werden 300 nieuwe pannen
gelegd. Op het huis van Klaas kwamen er 200 en op
Willeras huis 500. Op die drie huizen werden dus
nieuwe pannen gelegd.
4. Jan had in zijn spaarpot 20 stuivertjes, 20 dub-
beltjes en 4 guldens. Voor al dat geld kon hij cen-
ten krijgen.
1000 — 100 =
900 — 100 =
800 — 100 =
700 — 100 =
600 — 100 =
500 — 100 =
i[ 400 — 100
; 300 — 100
ij 200 — 100
600 centen
800 centen
700 eenen
900 eenen
1000 eenen
200 centen
500 centen
300 eenen
700 eenen
500 eenen
guldens.
guldens.
honderden.
houderden.
honderden.