Boekgegevens
Titel: Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1859
3e dr; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200342
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
3. Uit een' bak 1 t/i el lang, 4/5 »1 lireed eri 7/8 el
lioog en vol olie, wordt hel S/s gedeelte verkocht tegen
II stuivers de kan. a. Hoe veel wordt daarvoor ontvangen?
b. Hoe veel olie is er nog in den bak ?
4. Bereken de waarde van :
(2 1/4 — 4/5 X (5/8 * 3/16)'
31/3:5
5. Een korenmolenaar heeft gedurende 5 I/4 dag dagelijks
15 uren gemalen. Hij berekent ieder kwartier uurs -/5 mud
gemalen te hebben. Bereken gij eens, hoe veel hij in dien
tijd verdiend heeft, als hij 8/5 gulden voorde mud ontvangt?
6. Van dat geld heeft hij 22 4/5 gulden aan knechtsloon
betaald, en voor zijne huishouding heeft hij in dien tijd
18 3/4 gulden noodig gehad ; hoe veel mud aardappelen van
3 3/5 gulden de mud kan hij voor 't overblijvende geld
koopen ?
7. Dertig ffi suiker wordt in pakjes afgewogen van
1/4 ffi en van I/2 van ieder even veel; hoe veel pakjes
van ieder kan men daarvan maken?
8. Indien 't 9/ie gedeelte eener schuld betaald kan wor-
den met 2 1/2 last koren van 8 1/4 gulden de mud: kunt
gij mij dan zeggen, hoe groot de geheele schuld is ?
9. Indien iemand 't 5/(2 gedeelte van den dag werkt,
1/16 gedeelte aan 't eten en 't 3/8 gedeelte aan den slaap
besteedt en' den overigen tijd voor uitspanningen bezigt: hoe
veel nren besteedt hij daaraan dan in een jaar ? (Het jaar
op 52 weken en den Zondag niet retenen).
10. Een metselaar moet een muur metselen, lang 12 '/2,
hoog 5 3/4 en dik I/5 el. Hoe veel steenen zal hij daartoe
noodig hebben, als elke steen, den kalk medegerekend,
1/5 el lang, l/lO el breed en 1/25 el dik is?